button layar2

Dit hunebed werd voor het eerst beschreven en onderzocht in 1843. De onderzoekers stootten op een grafkelder bestaande uit twee draagstenen en een derde steen die zij als deksteen beschouwden. In juni 1847 werden de stenen nog op tekening vastgelegd door L.J.F. Janssen. Ergens tussen 1855 en 1875 moeten deze stenen zijn weggehaald. Daarna is de standplaats in de vergetelheid geraakt en pas in 1968 herontdekt door J.E. Musch.
Onderzoek in de zomer van 1993 onder leiding van J.N. Lanting heeft aan het licht gebracht dat hier een zeer kleine grafkelder heeft gelegen, bestaande uit drie grote draagstenen die in een diepe, min of meer ronde kuil (diameter ca. 4 m) waren geplaatst. De keldervloer bestond uit een dunne laag fijn steengruis. Op grond van de onderzoeksresultaten werd aanvankelijk aangenomen dat het hier een dolmen betrof, mogelijk zelfs - gezien zeer vroeg TRB-aardewerk - de oudste graftombe van ons land. Deze interpretatie is inmiddels verlaten en er wordt nu gedacht aan een steenkist. In de Bronstijd is de grafkelder nogmaals gebruikt als begraafplaats, getuige de ophoging en uitbreiding van de dekheuvel. Na het onderzoek is de heuvel gerestaureerd.