button layar2

Tot ver in de 20ste eeuw leidde dit hunebed, of wat er nog van over was, een tamelijk anoniem bestaan. Het werd pas voor het eerst als zodanig geregistreerd in 1943. In de jaren '60 is de standplaats herontdekt door J.E. Musch en in het vroege voorjaar van 1984 door J.N. Lanting onderzocht. Onder de bouwvoor werd een gruislaag blootgelegd, waaronder de kuilen van drie paar zijstenen en twee sluitstenen te voorschijn kwamen. Op grond hiervan kon de globale omvang van de kamer worden bepaald (5,5 x 1,6-2 m). Van de vloer was niets meer over. Ook de plaats van de ingang kon niet meer worden vastgesteld.
Tijdens het onderzoek werd een groot aantal scherven geborgen. Samen met de oppervlaktevondsten konden deze worden herleid tot ongeveer 150 TRB-potten. Deze kunnen worden toegewezen aan de horizonten 2-5 en 7. Een voor de Westgroep unieke vondst wordt gevormd door een aardewerken dekseltje. Verder werd een aantal fragmenten van een Goudse pijp gevonden, die mogelijk aangeeft dat de sloop van het hunebed aan het begin van de 19de eeuw heeft plaatsgehad.