button layar2

Dit hunebed lag iets ten zuiden van het bekende langgraf D43. In 1819 werd het voor eerst beschreven, en wel door L. Willinge. In 1847 werd het hunebed getekend en bestudeerd door L.J.F. Janssen. Uit zijn mededelingen kunnen we opmaken dat het hunebed toen nog drie paar zijstenen, twee dekstenen en één sluitsteen bezat. Waarschijnlijk is D43a ergens tussen 1869 en 1871 gesloopt. Drie min of meer complete potten (waarvan er twee mogelijk uit perioden na het Neolithicum dateren) en enkele scherven, die in 1871 werden afgegeven bij het Drents Museum en waren 'gevonden onder een klein, thans vernietigd, hunebed, op de es te Emmen', houden hiermee verband. Het is niet ondenkbaar dat de stenen zijn gebruikt bij de restauratie van D43 in 1869.
Tijdens veldverkenningen werd de standplaats in 1968 door J.E. Musch herontdekt in een akker. Het duurde uiteindelijk tot november 1984 voordat deze plek aan een nader onderzoek werd onderworpen. Dit onderzoek, onder leiding van J.N. Lanting, leverde weinig aanvullende informatie op. Wel werden er ruim 5500 scherven geborgen. Bestudering van dit materiaal leidde uiteindelijk tot de reconstructie van 114 potten. Hiervan kunnen er in ieder geval 89 aan de TRB-cultuur worden toegewezen (horizonten 1-5).