button layar2

Dit hunebed werd voor het eerst vermeld in 1660 door J. Picardt, zonder dat hij overigens de resterende stenen in verband bracht met een hunebed, en vervolgens door C.J.C. Reuvens (1833) en L.J.F. Janssen (1847). Laatstgenoemde stelde door middel van een opgraving vast dat de twee nog aanwezige stenen, waarvan één met zes 'boor'gaten, het restant vormden van een hunebed. Uit de onderzoeksresultaten kan worden afgeleid dat de keldervloer een lengte had van 5,5 m en een breedte van ca. 2 m. Voorts verzamelde Janssen een aantal scherven van TRB aardewerk.
De benaming Zaalhof houdt verband met een terrein dat omgeven was door een dubbele wal en twee droge grachten. Zowel deze structuur als de overblijfselen van D44a zijn inmiddels geheel verdwenen onder de bebouwing van Emmen.