button layar2

Dit grotendeels van zijn stenen beroofde hunebed werd in 1946 ontdekt tijdens het planten van bomen op een diepgeploegd terrein. In 1947 werd het door Van Giffen onderzocht. Daarbij kwamen, behalve een aantal grote en kleinere stenen, de standkuilen van de verdwenen draagstenen te voorschijn en een groot deel van de uit keien opgebouwde keldervloer. Op grond van het onderzoek kan worden gesteld dat de kamer een lengte heeft gehad van ca. 6,1 m, en heeft bestaan uit vijf paar zijstenen. Over de kelderinhoud van D54b bestaat de nodige onduidelijkheid, omdat een deel van dit vondstmateriaal is samengevoegd met dat van het nabijgelegen vernielde hunebed D54c. De stand-plaats van het vernielde hunebed is in het terrein nog herkenbaar aan een diepe, ovale kuil waarin zich stenen bevinden.