button layar2

Het verdwenen hunebed D6a kent een ingewikkelde geschiedenis. In 1928 onderzocht Van Giffen ten oosten van het nog bestaande hunebed D6 een uitgestoven en vergraven terrein dat bedreigd werd met ontginning. Hij meende daar de sporen van twee verdwenen hunebedden aangetroffen te hebben, door hem D6e en D6f genummerd. Later hebben J.N. Lanting en anderen geconcludeerd dat het hier om de standplaats van één enkel hunebed gaat. Zij gaven dit hunebed het nummer D6a. D6a is een klein hunebed geweest, met afmetingen van 4,8 x 2 m en opgebouwd uit vier paar zijstenen. Behalve deze grondsporen werd ook nog een zestal paalkuilen blootgelegd, die samen een rechthoek vormen en waarvan de lengteas samenvalt met die van de oorspronkelijke kelder. Op grond van deze samenhang wordt een relatie verondersteld met de bouw van het hunebed. Het onderzoek leverde tevens een groot aantal vondsten op, in hoofdzaak aardewerk van de Trechterbekercultuur; de oudste keramiek kan aan horizont 2 worden toegewezen.