button layar2

In maart 1849 werd tijdens het graven van ontwateringsgreppels nabij Rijs een grafkamer ontdekt en vrijwel meteen daarop vernield. Kort na de ontdekking begaf L.J.F. In maart 1849 werd tijdens het graven van ontwateringsgreppels nabij Rijs een grafkamer ontdekt en vrijwel meteen daarop vernield. Kort na de ontdekking begaf L.J.F. Janssen, conservator bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, zich naar Friesland om ter plaatse verdere informatie in te winnen. Uit de door hem verzamelde gegevens kan worden opgemaakt dat de kelder uit zeven zijstenen bestond en één sluitsteen. Dekstenen ontbraken. In 1922 onderwierp Van Giffen de standplaats aan een onderzoek. In het centrum van de nog aanwezige heuvel legde hij de sporen bloot van 11 12 standkuilen. In 1958 heeft hij de gevonden standsporen weer opgezocht en met behulp van veldsteencement plombes aan de oppervlakte aangeduid.
Nadere bestudering van de bestaande gegevens door J.N. Lanting, aangevuld met veldwerk in 1996, heeft echter aan het licht gebracht dat het hier niet om een hunebed gaat maar om een steenkist. De grotendeels ondergrondse aanleg van de grafkamer, de geringe afmetingen van de kelder (ca. 4,5 x 1,2 m), het ontbreken van dekstenen en het bescheiden formaat van de stenen hebben tot deze conclusie geleid. Het oudste aardewerk van F1 stamt uit horizont 1.