button layar2

Dit vernielde hunebed werd ontdekt door J.E. Musch aan de hand van oppervlaktevondsten (zie G2). Bij het archeologisch onderzoek, dat in 1971 werd uitgevoerd door J.N. Lanting, tekende zich onder de bouwvoor een onregelmatig rechthoekige gruisplek af. Hieronder legden de opgravers de kuilen bloot van twee paar zijstenen en een sluitsteen. Aan het andere uiteinde kwam een grote kuil te voorschijn. Hierin bleek de tweede sluitsteen te liggen. Op grond van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat hier, voor zover bekend, het kortste hunebed van ons land heeft gestaan, met een vloerlengte van ca. 3 m. Waar de ingang heeft gezeten, kon niet worden vastgesteld.
In de kelder werden onder meer de scherven aangetroffen van 33 TRB-potten. Tot het vondstmateriaal behoren ook scherven van een zogeheten oortjesfles. Deze bijzondere kruik is tot op heden de enige die we uit de Westgroep kennen en kan gerekend worden tot het oudste TRB aardewerk van ons land. Buiten de kelder, maar nog binnen de voet van de voormalige dekheuvel, werd nog een keramiekdepot blootgelegd. Verspreid in de gestoorde keldervulling is ook een aantal scherven van een middeleeuwse kogelpot gevonden, op grond waarvan de sloop van het hunebed in de 10de 11de eeuw geplaatst wordt.