button layar2

In 1957, kort na de ontdekking, onderzocht C.C.J.W. Hijszeler, conservator van het Rijksmuseum Twenthe/Oudheidkamer Twente, bij Mander de restanten van een geheel gesloopt hunebed. Daarbij werd in de ondergrond een aantal sporen opgeteĀ¬kend. Het onderzoek leverde tevens een grote hoeveelheid scherven op, afkomstig van in totaal meer dan 300 potten. Dit aardewerk stamt uit de horizonten 3-5.
De standplaats werd in oktober 1995 nogmaals onderzocht door A.D. Verlinde (ROB). Geconstateerd werd dat er nog maar weinig sporen van het hunebed bewaard waren gebleven, namelijk een drietal kuilen waarin draagstenen hebben gestaan. Uit dit onderzoek en de opgravingsgegevens van Hijszeler kan worden afgeleid dat de kelder (buitenwerkse) afmetingen heeft gehad van ca. 13 x 5 m, en waarschijnlijk was opgebouwd uit zes paar zijstenen. Op grond van beide onderzoeken kon ook de globale omvang van het heuvellichaam worden bepaald. Deze heuvel is inmiddels op exact dezelfde plaats weer aangebracht. Verrassend was de vondst van een drietal aardewerkbijzettingen ten zuiden van de ingang en een vlakgravenveldje ten zuidoosten van het hunebed, bestaande uit ten minste zes TRB-graven. Het aardewerk uit deze graven wijst erop dat het hunebed en de vlakgraven min of meer gelijktijdig in gebruik waren.

mander2mander10mander16