button layar2

‘Hunebedden’ is de naam die gebruikt wordt voor de stenen grafkamers uit de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) die in Noord-Nederland voorkomen, in het bijzonder in Drenthe. Ze dateren uit de middenfase van het Neolithicum (3400-2850 v.Chr.). De naam hunebed is al sinds de 17de eeuw in zwang voor de stenen grafkamers, Nederlands oudste zichtbare monumenten. Een hunebed bestaat uit een reeks trilitons of ‘jukken’ - dat wil zeggen een combinatie van twee draagstenen en een deksteen - met altijd een sluitsteen aan beide korte einden, vaak een korte toegang (portaal) in het midden van een van de lange zijden en soms een steenkrans om de heuvel heen. De gaten tussen de draagstenen waren met stopstenen opgevuld. Dit stenen bouwsel was voor het grootste deel door een aarden heuvel aan het oog onttrokken. Onderzoekers denken dat alleen de toppen van de dekstenen boven die aarden heuvel uitstaken. 

Hunebedden zijn er in soorten en maten. Het kleinste hunebed staat in Bronneger en heeft maar twee dekstenen, het grootste is te vinden in Borger en heeft er niet minder dan negen. En dan is er nog het zogeheten langgraf in Emmen, dat bestaat uit twee kleine hunebedden die omgeven zijn door een ovale steenkrans met een diameter van 40 m.
Hunebedden dienden als grafkamers. Gedurende vele generaties zijn er doden in deze grafkamers bijgezet. Het waren dus collectieve graven, maar geen graven waar alle doden werden bijgezet. De details kennen we niet want de menselijke resten zijn volledig vergaan. Wat overbleef zijn de stenen gereedschappen, de sieraden en het aardewerk dat de doden meekregen.
Sommige doden uit de tijd van de hunebedden werden in een steenkist begraven, andere in een simpele kuil (vlakgraf). Waarom dit onderscheid werd gemaakt is een vraag waarop archeologen het antwoord schuldig moeten blijven.