D19 en D20/Drouwen

Deze flinke hunebedden waren in 1912 het toneel van de eerste echte wetenschappelijke opgraving in zulke monumenten. De archeoloog J.H. Holwerda vond in D19 – het hunebed zonder krans van stenen eromheen – de resten van honderden potten. Een bijzondere vondst, die ook internationaal de aandacht trok. De potten staan nu in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

D19 – Drouwen by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

D20 – Drouwen by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

Beschrijving en details van D19 en D20

nummer D19
naam Drouwen-West
eigennaam –
gemeente Borger-Odoorn
eigenaar / beheerder Provincie / Het Drentse Landschap
lengte / breedte 15,5 m / 3,5 m
oorspronkelijk aantal zijstenen / dekstenen 18 / 9
ingangspartij wordt gevormd door twee paar poortzijstenen
steenkrans hiervan is nagenoeg niets meer over
oriëntatie 63º 30´
coördinaten N 52 57.118; E 006 47.111
topografische aanduiding 248.95/552.58

Bijzonderheden: de eerste vermelding van dit hunebed zou men kunnen zien in de mededeling van L. Smids (1711) dat er in Drouwen 16 en in borger 9 hunebedden liggen. Het British Museum heeft materiaal uit dit grafmonument in zijn collectie; via Lukis en Dryden zijn deze vondsten in London beland. D19 is in 1912 onderzocht door Holwerda en in 1961-1962 door Van Giffen. Het is het eerste, met moderne methoden opgegraven hunebed in Nederland. Bij de opgraving van de kelder (1912) zijn onder meer resten van minstens 400 TRB-potten, dertien vuurstelen bjlen en zes reepjes koper gevonden; ze behoren tot de oudste metalen voorwerpen in Nederland. Het hunebed werd tweemaal gerestaureerd, eerst in 1962 en vervolgens in 1998. Tijdens het onderzoek in het begin van de jaren 1960 werd, zonder succes, gezocht naar de standplaatsen van kransstenen. D19 vormt een paar met D20.
 
nummer D20
naam Drouwen-Zuid
eigennaam –
gemeente Borger-Odoorn
eigenaar / beheerder Provincie / Het Drentse Landschap
lengte / breedte 11,3 m / 3,4 m
oorspronkelijk aantal zijstenen / dekstenen 13 / 7
ingangspartij bestaat uit twee paar poortzijstenen
steenkrans hiervan rest nog maar een deel
oriëntatie 84º 30´
coördinaten N 52 57.115; E 006 47.135
topografische aanduiding 248.98/552.57

Bijzonderheden: voor de eerste vermelding, onderzoek en restauraties zie D19. Bij het onderzoek in 1961 zijn in een kuil buiten de kransstenen drie in elkaar geplaatste TRB-potten gevonden; tijdens Van Giffens onderzoek kwamen niet alleen de standsporen van een aantal kransstenen aan het licht, maar ook een aantal omgetrokken zijstenen. D20 vormt een paar met D19.

Professor Van Giffen op bezoek bij D19 en D20 in 1918

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D19
Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D20

Deze hunebedden stelde Van Giffen voor veel raadsels wat betreft de juiste bestemming van de stenen. Ook al omdat vorige onderzoekers (Lukis, Dryden, Pleyte en Holwerda) daar tegenstrijdige meningen over hadden verkondigd. Hij concludeert dat het hunebed in een “zeer gestoorden staat” bevindt, zodat de oorspronkelijke situatie niet meer met zekerheid valt vast te stellen. Hij vermeldt nuchter de aanwezige 4 poortzijstenen en mogelijke poortdekstenen en maar liefst 10 kransstenen vrijwel in situ, echter zonder dat als opmerkelijk te kwalificeren.

Het standpunt van de fotograaf is op onderstaande plattegrond met een oog aangeduid.

Plattegronden van D19 en D20 uit 1925

D19

D20

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, plattegrond. D19 en D20

Copyright Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie. Mede mogelijk gemaakt door het Wetenschappelijk Fonds van de DPV.

D19 en D20 op oude ansichtkaarten

D19 en D20 als pentekening door Arie Goedhart

Arie Goedhart heeft alle hunebedden vastgelegd als pentekening. Het complete overzicht is te zien op www.hunebednieuwscafe.nl

D19 door Arie Goedhart
D20 door Arie Goedhart