D26/Drouwenerveld

Van 1968 tot 1970 was dit het toneel van de laatste hunebeddenopgraving in Drenthe. Archeologen probeerden hier met de beste technieken te weten te komen, hoe een hunebed in elkaar zat en hoe het werd gebruikt. Je zou het nu niet zeggen, maar het graf is bijna helemaal uit elkaar gehaald. De meer dan honderd potten die er zijn gevonden, zijn gerestaureerd en staan opgesteld in het Hunebedcentrum in Borger, niet ver hiervandaan. Ga kijken!

D26 – Drouwenerveld by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

Beschrijving en details van D26

nummer D26
naam Drouwenerveld
eigennaam –
gemeente Borger-Odoorn
eigenaar / beheerder Rijk / Staatsbosbeheer
lengte / breedte 12,0 m / 3,8 m
zijstenen / dekstenen 12 / 6
sluitstenen 2
oorspronkelijk aantal,zijstenen / dekstenen 12 / 6
ingangspartij deze wordt gevormd door twee paar poortzijstenen
steenkrans is nog voor een deel aanwezig
oriëntatie 66º
coördinaten N 52 56.587; E 006 46.462
topografische aanduiding 248.25/551.58

Bijzonderheden: voor de eerste expliciete vermelding zie D19. N. Westendorp vermeldt het hunebed in 1812. Lukis en Dryden verzamelden in 1878 van dit monument een hoeveelheid vondsten; deze zijn overgedragen aan het British Museum. In 1964 en 1965 zijn de resterende kransstenen vrijgelegd en zijn de standkuilen van de ontbrekende stenen opgezocht; veel van de standkuilen konden niet meer teruggevonden worden, maar wel meende men aanwijzingen te hebben dat er oudtijds stopstenen tussen de kransstenen hebben gezeten. De grafkelder is uitvoerig onderzocht door J.A. Bakker,A.E. van Giffen en W. Glasbergen in 1968 en 1970 en in dat laatste jaar ook gerestaureerd. Het grafmonument is het laatste Nederlandse hunebed waarvan de kelder om wetenschappelijke redenen volledig werd opgegraven. Bij dat onderzoek zijn in de grafkelder de resten van 157 TRB-potten gevonden, die uit het einde van horizont 2 tot en met het begin van horizont 5 dateren Ook zijn hierin scherven van enkele potten uit het Laat-Neolithicum (2850-2400 v.Chr) en van een pot uit de IJzertijd aangetroffen. In 1972 verrichtte Van Giffen nog een klein onderzoek aan D26, waarna hij de restauratie voltooide. Het was zijn laatste herstelmaatregel; zijn ruim 20 jaar daarvoor geformuleerde plan om de Nederlandse hunebedden te restaureren, was voltooid.

Professor Van Giffen op bezoek bij D26 in 1918

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D26

Een “beschadigd” hunebed waarvan de 5e deksteen ontbreekt, maar wel met 3 poortstenen en 10 kransstenen. Hierdoor concludeert Van Giffen dat de oorspronkelijke toestand “tamelijk duidelijk” is. Het basale gedeelte van de aanvankelijke dekheuvel treft hij nog grotendeels aan. De 12 zij- en 2 sluitstenen zijn compleet en nagenoeg in situ. D26 is sinds 1871 rijkseigendom. Let op de desolate heidevlakte van het Drouwenerveld van rond 1920.

Het standpunt van de fotograaf is op onderstaande plattegrond met een oog aangeduid.

Plattegrond van D26 uit 1925

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, plattegrond. D26

Copyright Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie. Mede mogelijk gemaakt door het Wetenschappelijk Fonds van de DPV.

Foto’s van de opgraving 1968-1970

D26 als pentekening door Arie Goedhart

Arie Goedhart heeft alle hunebedden vastgelegd als pentekening. Het complete overzicht is te zien op www.hunebednieuwscafe.nl

D26 door Arie Goedhart