D36 en D37/Valthe-Oost en Valthe-Oost

Op acht plaatsen in Drenthe liggen twee hunebedden dicht bij elkaar. Deze plek, aan de rand van het dalletje dat de Kampervenen wordt genoemd, is er één van. De twee fraaie hunebedden staan bekend als de ‘Valther Tweeling’.

D36 – Valthe Oost by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

D37 – Valthe Oost by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

Beschrijving en details van D36 en 37

nummer D36
naam Valthe-Oost (Oosteres)
eigennaam –
gemeente Borger-Odoorn
eigenaar / beheerder Rijk / Staatsbosbeheer
oorspronkelijk aantal
zijstenen / dekstenen 10 / 5
ingangspartij er is nog één poortzijsteen zichtbaar
steenkrans –
oriëntatie 102º 30´
coördinaten N 52 50.385; E 006 53.666
topografische aanduiding 256.56/540.22

Bijzonderheden: D36 wordt voor het eerst vermeld op de Hottingkaart (1788-1792). De kelderinhoud van dit hunebed is nooit onderzocht; in 1952 vond een kleine restauratie plaats. D36 vormt een paar met D37.
 
nummer D37
naam Valthe-Oost (Oosteres)
eigennaam –
gemeente Borger-Odoorn
eigenaar / beheerder Rijk / Staatsbosbeheer
lengte / breedte 11,4 m / 3,7 m
oorspronkelijk aantal
zijstenen / dekstenen 12 / 6
ingangspartij onbekend
steenkrans –
oriëntatie 100º
coördinaten N 52 50.378; E 006 53.687
topografische aanduiding 256.58/540.22

Bijzonderheden: Voor de eerste vermelding, onderzoek en restauratie zie D36. D37 vormt een paar met D36

Professor Van Giffen op bezoek bij D36 en D37 in 1918

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D36
Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D37

D36 – Dit is het westelijke hunebed van de Valther Tweeling. “In sterk geschonden staat”, schrijft Van Giffen. De oorspronkelijke toestand was echter door de 2 in situ aangetroffen sluitstenen, nog goed herkenbaar. Ook van de dekheuvel was nog een restant te onderscheiden. Van de oorspronkelijke 5 dekstenen zijn er nog 4. Deksteen 1 ligt zoals te zien in situ, van nr. 2 is een stuk afgesprongen. De boorgaten op beide delen zijn nog te zien. De dekstenen 3 en 5 zijn in de kelder gegleden en nr. 4 ontbreekt. van Giffen vindt ook nog 1 poortsteen. De 3 grootste bomen van op de foto staan er nog steeds. Het hunebed is provinciaal eigendom.

D37 – Voor D37 geldt dezelfde omschrijving door Van Giffen als die van de ander helft van de tweeling, D36. “Zeer geschonden” dus. D37 is net iets groter dan D36. Het monument moet ooit 6 dekstenen hebben geteld. Van Giffen trof nog slechts de nummers 1 en 4 en 6 aan en die waren in de kelder afgegleden. Er ontbrak 1 zijsteen; echter de 2 sluitstenen bevonden zich nog in situ waardoor de oorpronkelijke lengte ( 11,4 m) en de richting (NO – ZW) nog kon worden vastgesteld. Van een ingangspartij was niets meer te vinden en van de ovale dekheuvel was nog slechts een flauw spoor herkenbaar. Vergelijk het miezerige boompje op de foto met die van nu; die is behoorlijk groter gegroeid!

Het standpunt van de fotograaf is op onderstaande plattegrond met een oog aangeduid.

Plattegronden van D36 en D37 uit 1925

D36

D37

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, plattegrond. D36 en D37

Copyright Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie. Mede mogelijk gemaakt door het Wetenschappelijk Fonds van de DPV.

D36 en D37 als pentekening door Arie Goedhart

Arie Goedhart heeft alle hunebedden vastgelegd als pentekening. Het complete overzicht is te zien op www.hunebednieuwscafe.nl

D36 door Arie Goedhart