D6/Tynaarlo

Dit is een van de mooiste hunebedden van Nederland. Alle grote stenen staan en liggen nog precies op de plaats waar ze meer dan 5000 jaar geleden zijn neergezet. Geen wonder dat kunstenaars dit hunebed vaak uitkozen voor een romantisch schilderij van een oeroud graf op de heide. Het graf staat er nog, maar de heide is allang verdwenen…

D06 – Tynaarlo by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

Beschrijving en details van D6

nummer D6
naam Tynaarlo (Hunebedstraat)
eigennaam –
gemeente Tynaarlo
eigenaar / beheerder Rijk / Staatsbosbeheer
lengte / breedte 5,5 m / 3,1 m
oorspronkelijk aantal zijstenen / dekstenen 6 / 3
ingangspartij onbekend
steenkrans –
oriëntatie 119º 30´
coördinaten N 53 04.490; E 006 37.774
topografische aanduiding 238.26/566.05

Bijzonderheden: de eerste vermelding van dit hunebed is die van L. Smids uit 1711 (of misschien staat het op een kaart uit ca. 1570 als ‘Duvels Kutte’. D6 is noch wetenschappelijk onderzocht noch gerestaureerd. Het hunebed van Tynaarlo is vereeuwigd op de schoolplaat ‘De heide met hunebed bij Tinaarloo’, gebasserd op een aquarel van Bernard Bueninck. D6 is een van de weinige hunebedden waarvan alle dekstenen nog op hun oorspronkelijke plaats liggen en daarom gold het lang als ‘het schoonste hunebed in Drenthe’. Bij onderzoek in 1806 zijn de gesteentesoorten bepaald en zijn aanwijzingen gevonden voor (prehistorische?) kuilen in de omgeving; mogelijk uitruim- of offerkuilen (vergelijk D4).

Onderzoek D6

Archeoloog van Giffen meende bij Tynaarlo de sporen van twee kleine verdwenen hunebedden aangetroffen te hebben, door hem D6e en D6f genummerd. Hij groef deze op in 1928 en publiceerde dit onderzoek in 1944. In dit artikel wordt opnieuw gekeken naar de plattegrond en vondsten van deze verdwenen hunebedden.  J.N. Lanting en anderen concludeerde dat het hier om de standplaats van één enkel hunebed gaat. Zij gaven dit hunebed het nummer D6a. D6a is een klein hunebed geweest, met afmetingen van 4,8 x 2 m. en opgebouwd uit vier paar zijstenen. Behalve deze grondsporen werd ook nog een zestal paalkuilen blootgelegd, die samen een rechthoek vormen en waarvan de lengteas samenvalt met die van de oorspronkelijke kelder. Op grond van deze samenhang wordt een relatie verondersteld met de bouw van het hunebed. Het onderzoek leverde tevens een groot aantal vondsten op, in hoofdzaak aardewerk van de Trechterbekercultuur; de oudste keramiek kan aan horizont 2 worden toegewezen.
https://ugp.rug.nl/Palaeohistoria/article/view/25113

In het kader van de RMA-cursus Material Culture Studiesis in juni 2010 een beperkt veldwerkproject uitgevoerd om een hunebed vanuit een meer ‘fenomenologisch’ oogpunt te bestuderen, waarbij juist aspecten als steensoort, kleur en textuur centraal stonden en een 3D-scan van de binnenruimte werd gemaakt. Het resultaat is te lezen in een artikel in Paleo-aktueel, ‘Hunebed D6 in Tynaarlo (Dr.): méér dan een berg grijze stenen?’ Nr. 22 (2011). https://ugp.rug.nl/Paleo-aktueel/article/view/36230/33688

Schoolplaat met het hunebed van Tynaarlo. Getiteld: ‘De heide met hunebed bij Tinaarloo’, gebasserd op een aquarel van Bernard Bueninck.

Professor Van Giffen op bezoek bij D6 in 1918

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D6

“Het hunebed verkeert in uitnemenden staat; een dek- of mantelheuvel ontbreekt echter”. Deze kwalificatie gaf prof. dr A.E. van Giffen aan dit hunebed dat hij D6 doopte. En terecht. Het mag een wonder heten dat dit hunebed zo ongeschonden de tand des tijds heeft doorstaan. In 1880 door de Staat aangekocht van de Markgenoten van Tynaarlo, en daarmee waren alle hunebedden (op D44 na) in handen van de Staat of de Provincie gekomen. “Het is misschien daaraan te wijten dat het zo op den voorgrond is geschoven” schrijft Van Giffen in zijn boek. Waarom hij daar niet zo blij mee was, vermeldt hij echter niet.

Het standpunt van de fotograaf is op onderstaande plattegrond met een oog aangeduid.

Plattegrond van D6 uit 1925

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, plattegrond. D6

Copyright Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie. Mede mogelijk gemaakt door het Wetenschappelijk Fonds van de DPV.

D6 beschreven in het boek van Nicolaus Westendorp uit 1822

Gravure E.M.Engelberts 1790 – D06 Tynaarlo

Gravure 19e eeuw – D06 Tynaarlo

D6 op schilderijen

Het hunebed van Tynaarlo 1861 door Willem Roelofs (1822-1897). Olieverf op doek, 92 x 37 cm, Drents Museum, langdurig bruikleen van Gemeentemuseum Den Haag https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Het_hunebed_van_Tynaarlo2_1861_door_Willem_Roelofs_(1822-1897).jpg
Het hunebed van Tynaarlo 1861 door Willem Roelofs (1822-1897)
https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Bestand:Willem_Roelofs_Hunebed_Tynaarlo.jpg

D6 op oude ansichtkaarten

D6 als pentekening door Arie Goedhart

Arie Goedhart heeft alle hunebedden vastgelegd als pentekening. Het complete overzicht is te zien op www.hunebednieuwscafe.nl

D6 door Arie Goedhart