D9/Annen

Dit is een van de weinige hunebedden die niet in de hei, in het bos of tussen de akkers ligt, maar in de bebouwde kom. Lang geleden hebben slopers een deel van de stenen weggehaald om ze te gebruiken als bouwmateriaal of voor andere doelen. In 1952 heeft de archeoloog Van Giffen het hunebed opgegraven en ontdekt waar de ontbrekende stenen ooit stonden. Daarna heeft hij die plekken met cement gemarkeerd. Hij noemde dat `plombes’ – in zijn tijd de term voor de vulling van een kies.

D09 – Annen by Groningen Institute of Archaeology on Sketchfab

Beschrijving en details van D9

nummer D9
naam Noordlo (Annen, Zuidlaaarderweg)
eigennaam –
gemeente Aa en Hunze
eigenaar / beheerder Provincie / Het Drentse Landschap
lengte / breedte circa 7 m / circa 2,5 m
oorspronkelijk aantal zijstenen / dekstenen 8 / 4
ingangspartij oorspronkelijk bestaande uit één paar poortzijstenen
steenkrans –
oriëntatie 92º 30´
coördinaten N 53 03.685; E 006 42.924
topografische aanduiding 244.04/564.66

Bijzonderheden: de eerste vermelding van een hunebed bij Annen is die van L. Smids uit 1711. Een tekening uit 1769 laat zien dat de oostelijke helft van D9 toen al verdwenen was. Korte tijd later, in 1878, verzamelden Lukis en Dryden vondstmateriaal van dit grafmonument (nu in het British Museum). In 1952 onderzocht Van Giffen het hunebed en sloot zijn werk af met een restauratie. Bij dat onderzoek werden de scherven van minstens 101 stuks TRB-aardewerk gevonden. Het aardewerk wijst erop dat de grafkelder tijdens de horizont 3 of 4 gebouwd werd en tot in horizont 5 in gebruik bleef.

Onderzoek D9 1952

Het gedeeltelijk verwoeste hunebed D9 bij Annen, werd in 1952 opgegraven en onderzocht. Het werd daarna niet gepubliceerd. In dit artikel worden de opgraving en vondsten alsnog behandeld door de Groot. Het is geschreven op basis van dagrapporten, veldtekeningen en de opgegraven vondsten van de opgraving in 1952. Ongeveer 870 aardewerkscherven zijn er gevonden waarvan er 810 trechterbeker aardewerk zijn. Ook vondsten van vuursteen en steen worden beschreven. Het aardewerk is geanalyseerd op basis van de Trechterbeker typochronologie, vastgesteld door Bakker en Brindley. Op basis daarvan blijkt dat het hunebed een relatief korte periode gebruikt is. 
 https://ugp.rug.nl/Palaeohistoria/article/view/24888

In 1952 vonden de opgraving en de restauratie van het hunebed D9 van Noordlo te Annen, gemeente Anlo, plaats. Nadat het materiaal ruim 30 jaar,gewassen en genummerd, opgeslagen had gelegen is het in 1987 bewerkt (de Groot, in druk). Het verslag hiervan is te lezen in Paleo-aktueel nr. 1 1989 https://hunebeddeninfo.nl/1989/07/het-hunebed-d9-te-noordlo-dr/

Professor Van Giffen op bezoek bij D9 in 1918

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D9

D9 lag in 1918 ook al pal langs “den grooten kunstweg Annen – Zuidlaren”. Als je het smalle paadje op de foto ziet, kijken we daar tegenwoordig wel iets anders tegen aan. Het hunebed ziet er nu nog net zo uit als toen, behalve dan de afgegleden deksteen die Van Giffen later weer heeft opgericht. Let ook eens op de bouwval aan de overkant van de weg. Het zegt veel over het armoedig bestaan van de plattelandsbevolking van toen.

Het standpunt van de fotograaf is op onderstaande plattegrond met een oog aangeduid.

Plattegrond van D9 uit 1925

D9
Uit de atlas “De Hunebedden in Nederland”, Van Giffen 1925

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, plattegrond. D9

Copyright Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie. Mede mogelijk gemaakt door het Wetenschappelijk Fonds van de DPV.

D9 als pentekening door Arie Goedhart

Arie Goedhart heeft alle hunebedden vastgelegd als pentekening. Het complete overzicht is te zien op www.hunebednieuwscafe.nl

D9 door Arie Goedhart